Er is een meerderheid in de Tweede Kamer voor een expliciet verbod op LHBTI-discriminatie in artikel 1 van de Grondwet. Dat bleek op 3 februari aan de vooravond van COC’s Verkiezingsdebat in de Rode Hoed. Het COC pleit al lang voor een dergelijk verbod en is gelukkig met de meerderheid.

Het CDA zette het Grondwettelijk verbod op LHBTI-discriminatie onlangs, op voorstel van het COC, in haar verkiezingsprogramma. Daardoor lijkt er nu een meerderheid voor een wetsvoorstel van D66, PvdA en GroenLinks dat al in 2010 werd ingediend. Ook SP, 50PLUS, ChristenUnie en Partij voor de Dieren zijn voor een expliciet verbod.

Het COC pleit voor het Grondwettelijk verbod om de wettelijke verworvenheden die LHBTI’s de afgelopen decennia bereikten, ook voor de verre toekomst veilig te stellen. “De recente verkiezingen in de VS laten zien hoe die verworvenheden zomaar weer onder vuur kunnen komen te liggen”, zegt COC-voorzitter Tanja Ineke. “Dan is het cruciaal dat het verbod om LHBTI’s te discrimineren gevat is in het ‘graniet van de Grondwet’ en dat de wetgever het niet zomaar terzijde kan schijven.”

Ook de VVD wil artikel 1 wijzigen, maar bepleit juist om alle verboden discriminatiegronden uit het artikel te schrappen, zo bleek vrijdag. Het COC vindt dat een slecht idee: ‘dan wordt artikel 1 een tandeloos artikel waarvan onduidelijk is wie het eigenlijk nog waartegen beschermt,’ aldus Ineke. “Het moet klip en klaar zijn dat artikel 1 groepen als joden, vrouwen en LHBTI’s, die vaak al eeuwenlang worden gediscrimineerd en vervolgd, beschermt tegen discriminatie.”

In het huidige voorstel van D66, PvdA en GroenLinks wordt de term ‘homo- of heteroseksuele gerichtheid’ gebruikt. Het COC zal de indieners voorstellen om een meer LHBTI-inclusieve formulering te hanteren. D66, PvdA en GroenLinks stellen voor om ook ‘handicap’ toe te voegen als verboden discriminatiegrond. In het huidige artikel 1 worden alleen de volgende gronden expliciet genoemd: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht.